Interne bedrijfsartsen bestonden lang voor het Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming het arbeidsgeneeskundig toezicht in 1965  verplicht maakte. De multinationals en de grote nationale bedrijven hadden immers al snel het belang begrepen van een 'lijfarts' om het gezondheidskapitaal van hun werknemers te beheren. Door hun onpartijdige inzet voor het welzijn van werknemers en bedrijf genoten zij het vertrouwen van werkgever en werknemers en werden hun adviezen alom gerespecteerd.
Omdat de meeste KMO's zich die luxe niet konden veroorloven, werden vanaf 1965  Interbedrijfsgeneeskundige diensten en later - na het verschijnen van de Welzijnwet in 1996 - Externe diensten voor Preventie en Bescherming op het werk opgericht.

Door alle aandacht die door deze laatste werd opgeëist ontstond er de afgelopen jaren bij velen - waaronder de overheid - de indruk dat er geen Interne bedrijfsgeneeskundige diensten meer bestonden.
Overtuigd van hun belang en de meerwaarde die zij voor hun bedrijven betekenen, sloegen enkele interne bedrijfsartsen de handen in mekaar en richtten eind 2008 een vereniging op voor alle interne bedrijfsartsen in België..

Dat men daarmee aan een behoefte tegemoet kwam, bleek uit het feit dat in een mum van tijd nagenoeg alle interne bedrijfsgezondheidsdiensten van België lid werden van de "VVIB-AMTI" : Vereniging Voor Interne Bedrijfsartsen - Association des Médecins du Travail Internes.

De VVIB-AMTI mag zich daardoor terecht de spreekbuis van de interne bedrijfsartsen noemen en vertegenwoordigt zo'n 50  bedrijfsgezondheidsdiensten van grote nationale en multinationale bedrijven in belangrijke industriële en dienstverlenende sectoren die in België meer dan 150 000  werknemers tellen.